1A – Latijn

Latijn

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je ontdekt dat Latijn geen ‘dode’ taal is en je merkt vlug dat ze verder leeft in vele moderne talen. Je verwerft Latijnse woordenschat en je verdiept je in de basisbouwstenen van een Latijnse zin: substantieven, adjectieven en werkwoorden. Je leert deze bouwstenen op een juiste manier gebruiken in een Latijnse zin. Dit is de basis voor iedere verdere taalstudie.

Deze kennis heb je nodig om je eerste stappen te zetten in tekstvertaling. Tenslotte krijg je in de cultuurlessen een beeld van de Romeinse samenleving, de wieg van onze Westerse beschaving.

Welke vaardigheden train je?

Door de studie van het Latijn krijg je een grondige taalkundige vorming en leer je logisch Latijnse zinnen analyseren en omzetten naar vlot Nederlands. Je traint je geheugen door de Latijnse woordenschat dagelijks in te oefenen. Je ontdekt verbanden tussen Latijn en moderne talen en je leert de kennis van de Latijnse grammatica en woordenschat gebruiken in andere talen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je staat open voor de antieke Romeinse cultuur en je maakt een kritische vergelijking tussen je eigen gewoontes en gebruiken en die van Romeinse leeftijdsgenootjes. Je leert de opgedane grammaticale kennis spontaan gebruiken in Nederlands en Frans. Je wil je eigen oplossing steeds kritisch beoordelen. Je bent bereid zowel individueel als in groepsverband te werken.