1A – Kokkerellen

Kokkerellen

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je leert de opbouw van de actieve voedingsdriehoek en het verschil tussen een voedingsmiddel en een voedingsstof kennen. Je krijgt achtergrondinformatie die je zal helpen bij het samenstellen van een gezonde voeding. Je leert eenvoudige gerechten bereiden. Je maakt kennis met keukenmateriaal en je leert het correct benoemen.

Welke vaardigheden train je?

Je leert vloeistoffen en voedingsmiddelen meten en wegen en elementair keukenmateriaal (dunschiller, mixer, citruspers, manuele en digitale weegschaal, …) juist gebruiken. Je oefent een aantal technieken (schillen, snijden, mengen, breken, klutsen, kneden, kloppen, …) en een aantal bereidingswijzen (braden, gratineren, fruiten, roosteren, smelten, …). Ook oefen je eenvoudige bakprincipes en je past de gebruiksaanwijzing van elektrische toestellen (oven, vuur, mixer, …) correct toe. Je leert hoe je een tafel mooi verzorgd en decoratief kan dekken, hoe je op de juiste wijze opdient en hoe je aangeleerde tafelmanieren gepast gebruikt.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor koken en voor gezonde voeding. Je streeft naar zelfstandigheid en je wil organisatorisch werken volgens een stappenplan. Je streeft naar orde, netheid en zorg tijdens het werk en bij de nazorg. Je hebt oog voor je eigen veiligheid en die van de anderen. Tevens besteed je aandacht aan het milieu door zorgzaam om te gaan met materialen, ingrediënten en afval.