BVL – Beroepsvoorbereidend leerjaar

Keuzepakketten Beroepsvoorbereidend leerjaar:

A. Nijverheid

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je bestudeert verschillende domeinen: metaal, hout, elektriciteit en decoratie, bouw. Je maakt kennis met materialen, gereedschappen en technieken die je als metaal- en houtbewerker zal gebruiken. Je komt te weten waarvoor de gereedschappen dienen en hoe ze moeten gebruikt worden. Je leert wat elektriciteit is en wat je er mee kan doen. Je verwerft inzicht in elektrische schema’s en in veiligheidsmaatregelen om je te beschermen tegen de gevaren van elektriciteit. Je observeert en benoemt vorm, kleur en technieken om te decoreren.

Welke vaardigheden train je?

Je oefent technieken om hout (boren, zagen, kappen met de beitel, vijlen en raspen, lijmen, vernissen, … ) en metaal (boren, zagen, vijlen, knippen, plooien, puntlassen, …) te bewerken. Je gebruikt hiervoor de gepaste gereedschappen. Je leert verschillende houtsoorten en plaatmateriaal bewerken en technieken toepassen om te komen tot een praktische realisatie. Jeoefent technieken (draden strippen, vertinnen, solderen) om onderdelen (lampen, schakelaars, …) aan te sluiten in een elektrische kringloop. Je leert decoratief omgaan met kleur, vorm en verf en je leert verfborstel, verfrol en spuitbus hanteren. Tekeningen lezen en werkplannen volgen zijn vaardigheden die je traint in alle domeinen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor het werken met verschillende materialen. Je hebt aandacht voor zorg en nauwkeurigheid bij de uitvoering van de praktische realisatie. Je streeft een kwaliteitsvolle afwerking na. Je wil werken op een veilige en hygiënische manier, met zorg voor de mens en het milieu. Je staat ervoor open om projecten samen met andere leerlingen te realiseren.

B. Kantoor-verkoop / Verzorging-voeding

Kantoor en verkoop

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je leert de beginselen van aankopen en verkopen van goederen en diensten. Je verwerft inzicht in de regels die van toepassing zijn voor het oprichten van een zaak. Tevens verken je handelingen die in een klein bedrijf tot het dagelijks beheer horen. Je gebruikt reclametechnieken om het koopgedrag van de kopers te beïnvloeden. Je leert begrippen die voorkomen op handelsdocumenten (facturen, betalingen, …) begrijpen en je bouwt kennis op om de handelsdocumenten manueel en digitaal te verwerken.

Welke vaardigheden train je?

Je leert om op een gepaste en beleefde manier informatie te vragen – mondeling en schriftelijk – aan bekende en onbekende personen in het Nederlands. Deze spreek- en schrijfvaardigheden worden op allerlei creatieve manieren, zowel individueel als in groep, getraind. Je oefent het gebruik van de juiste begrippen in aankoop- en verkoopsituaties. Bovendien leer je ook communiceren – vooral spreken en luisteren – in eenvoudig Frans. Je wordt vaardig in het opzoeken, verwerken en bewaren van digitale informatie. Je leert werken met verschillende computerprogramma’s en je leert blind, foutloos en met tien vingers typen. Je commerciële talenten kun je ontwikkelen in projecten.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor het dagelijks beheer van een kleine zaak. Je kan de taken nauwkeurig en tijdig afwerken, met oog voor details. Je bent bereid je aan gemaakte afspraken te houden (bv. tienvingersysteem, BIN-normen, andere afspraken, …) en je kan onder begeleiding aan opdrachten werken. Je neemt zelf initiatief en je gaat kritisch om met informatie. Je besteedt aandacht aan het milieu door zorgzaam om te gaan met materialen en je hebt aandacht voor ergonomische aspecten (bv. zithouding, …).

Verzorging-voeding

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je verwerft vakkennis over de verzorging van je lichaam en de verzorging van je kleding en leefruimte. Tevens leer je de opbouw van de actieve voedingsdriehoek en de basisprincipes van voedselbereiding voor verschillende maaltijden kennen. Je maakt kennis met verschillende technieken, materialen en middelen. Deze worden gebruikt voor het onderhoud van diverse leef- en werkruimtes en voor het verzorgen van je eigen lichaam.

Welke vaardigheden train je?

Je leert de juiste methoden, middelen en materialen gebruiken om lichaamsverzorging toe te passen, gezonde maaltijden te bereiden, textielgrondstoffen te reinigen en af te werken, het interieur te verzorgen, …. Je oefent in het omgaan met stappenplannen en het correct toepassen van technieken. Je zoekt naar creatieve manieren om eigentijds materiaal te verwerken. Je voert opdrachten uit onder begeleiding, individueel of in groep

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor de leefwereld rondom je en voor gezonde voeding. Je streeft naar zelfstandigheid en je wil organisatorisch werken volgens bepaalde methodes. Je streeft naar orde, netheid en zorg tijdens het werk en bij de nazorg. Je hebt oog voor je eigen veiligheid en die van de anderen. Tevens besteed je aandacht aan het milieu door zorgzaam en hygiënisch om te gaan met materialen, grondstoffen en afval.